Praktijk · 2026-09-05
AI-beleid voor zorgorganisaties: wat mag je wél gebruiken?
Ergens in jullie organisatie zit vanmiddag een collega een verslag te herschrijven met een AI-tool. Ze doet dat niet stiekem. Ze doet het omdat het haar tijd scheelt en omdat niemand haar ooit heeft verteld waar de grens ligt.
Uit onderzoek onder 4.809 zorgprofessionals blijkt dat 58 procent AI al gebruikt in het werk. Tegelijk kreeg 76 procent daar nooit uitleg over en weet 42 procent niet of de eigen organisatie er richtlijnen voor heeft. Van de leidinggevenden voelt maar een kwart zich toegerust om het gesprek erover te voeren.
Dat is geen weerstandsprobleem. Dat is een gebrek aan houvast.
Een verbod lost het niet op
De reflex is begrijpelijk. Eerst even alles op slot, dan rustig uitzoeken hoe het zit. Alleen verdwijnt het gebruik daarmee niet. Het verdwijnt uit het zicht, naar de privételefoon, waar je er niets meer over kunt afspreken.
De vraag is dus niet of medewerkers AI gebruiken. Dat doen ze al. De vraag is of ze weten binnen welke grenzen.
Zes vragen, meer heb je niet nodig
Beleid krijgt in de zorg snel de vorm van een document dat niemand leest. Dat hoeft hier niet. Beantwoord deze zes vragen concreet en je hebt afspraken die op twee A4 passen.
1. Welke tools mag je gebruiken?
Noem ze bij naam. Een lijst met drie toegestane tools werkt beter dan een principe over goedgekeurde toepassingen. Zet erbij welke variant, want een gratis versie en een zakelijke versie met een verwerkersovereenkomst zijn niet hetzelfde product.
2. Wat gaat er nooit in?
De belangrijkste regel is meestal de simpelste. Geen namen, geen BSN, geen dossierteksten in een tool waarmee jullie geen afspraken hebben gemaakt. Maak het concreet met een voorbeeld uit het werk zelf. Een protocol laten samenvatten mag. Een MIC-melding met naam en toenaam erin plakken niet.
3. Wie kijkt er naar het resultaat?
AI schrijft een concept, een mens levert het op. Leg vast dat een AI-verslag altijd door de betrokken medewerker wordt gelezen en goedgekeurd voordat het het dossier in gaat. Dat is geen wantrouwen richting de techniek. Zo ga je met elk concept om.
4. Waar staat de data en wie kan erbij?
Vraag je leverancier drie dingen. Waar vindt de verwerking plaats. Worden jullie gegevens gebruikt om modellen te trainen. En gaan de rechten van de medewerker mee. Kan iemand via een AI-tool bij een dossier waar diegene zelf geen toegang toe heeft, dan heb je geen AI-vraagstuk maar een autorisatieprobleem.
5. Wat doe je als het misgaat?
AI die iets verzint komt voor. Spreek af bij wie een medewerker dat meldt, en dat melden nooit vervelend is. Zonder meldpunt hoor je alleen de verhalen die al te groot zijn geworden.
6. Hoe leren mensen ermee werken?
Zorgmedewerkers geven zichzelf gemiddeld een 5,8 voor AI-geletterdheid. Niet omdat ze het niet willen leren, maar omdat het ze nooit is uitgelegd. Een uur per team, met voorbeelden uit hun eigen werkdag, doet meer dan een e-learning die iedereen wegklikt.
Wat de wet hierover zegt
De EU AI-verordening vraagt sinds februari 2025 om aantoonbare AI-geletterdheid. Je zorgt dus dat medewerkers begrijpen wat een AI-systeem wel en niet kan. Vanaf 2 augustus 2026 komen de transparantieregels erbij. Werkt iemand met AI, dan moet dat duidelijk zijn. De zwaarste eisen, die voor hoogrisico-toepassingen, zijn doorgeschoven naar december 2027.
Dat laatste is voor de meeste zorgorganisaties geruststellend nieuws. AI die helpt bij verslaglegging of bij het zoeken in protocollen is iets anders dan AI die meebeslist over een diagnose. Zolang de mens de zorginhoudelijke beslissing neemt, zit je niet in de zwaarste categorie. Laat dat wel toetsen op jullie eigen situatie.
Zo begin je deze week
1. Vraag het na. Eén ronde langs de teams: welke AI gebruiken jullie nu al, en waarvoor? De lijst is bijna altijd langer dan verwacht.
2. Beantwoord de zes vragen met een zorgmedewerker erbij. Niet alleen met IT en de functionaris gegevensbescherming. Anders krijg je beleid dat klopt maar niet werkt.
3. Deel het als twee A4 en zet er een herzieningsdatum op. Afspraken die meebewegen zijn beter dan afspraken die af zijn.
Waar Kelly in past
Een deel van deze vragen los je makkelijker op als AI niet naast de werkdag staat, maar erin zit. Dat is het idee achter de intelligente zorgwerkplek. Kelly is daarin de AI-collega. Zij werkt altijd met de rechten van de medewerker die is ingelogd, ze traint niet op jullie gegevens en ze voert een actie pas uit nadat jij akkoord hebt gegeven.
Vraag drie, vier en vijf zijn dan geen beleidsafspraak meer, maar simpelweg hoe het product werkt. In Veilig AI in de zorg lees je hoe dat is gebouwd. Wil je het liever zelf ervaren, stel dan je eigen vragen in de live demo.